|
Nieuws
Scheepsindustrie verdeeld over aansprakelijkheid voor shipbreaking
Amsterdam 10 juli 2003 - In de internationale scheepsindustrie is een duidelijke verdeling ontstaan over de rol en verantwoordelijkheid van scheepseigenaars bij de vervuiling en schokkende arbeidsomstandigheden rond de sloop van schepen.
Na een vergadering met Greenpeace verklaarden de European Community Shipowners' Associations (ECSA) voorstander te zijn van verplichte maatstaven die problemen rond shipbreaking moeten oplossen. Individuele bedrijven als Ceres, Stolt Nielsen en P&O Nedlloyd hebben al stappen ondernomen. Ook al zijn het nog maar de eerste stappen, ze zijn zonder meer belangrijk. Ze geven namelijk een sprankje hoop aan de mensen in Azië dat een oplossing mogelijk is.
De ECSA discussieerde met Greenpeace hoe de gezondheids- en milieu problemen rond shipbreaking het best aan te pakken zijn. In een persbericht van 10 juli 2003 benadrukte de scheepseigenaren hoe belangrijk de samenwerking met de ILO en het secretariaat van de Basel Conventie is om tot verplichte maatregelen te komen rond shipbreaking. De ECSA riep op tot een Internationale Scheeps Recycling Conventie met regeringen, industrie en andere betrokken partijen. Greenpeace verwelkomde dit pleidooi voor verplichte beperkingen.
P&O Nedlloyd, Ceres en Stolt Nielsen hebben naar Greenpeace toe en in de media duidelijk gemaakt dat ze accepteren dat scheepseigenaren een substantiële rol spelen in de preventie van milieuproblemen tijdens de sloop van schepen. Op verschillende manieren erkennen de bedrijven dat het essentieel is om de gevaarlijke stoffen te identificeren en te verwijderen voordat een schip wordt gesloopt.
P&O Nedlloyd's end-of-life-schepen komen nog steeds vol gevaarlijke stoffen bij een Chinees sloopstrand aan. Het bedrijf verzekert echter dat deze stoffen niet in het milieu terecht komen. Het Griekse bedrijf Ceres is bereid nog een stapje verder te gaan. In discussies met Greenpeace verzekerde het bedrijf dat gevaarlijke materialen aan boord van haar schepen zullen worden verwijderd als deel van haar ISO 14000 programma. Dit betekent dat in de toekomst schepen zonder gevaarlijke stoffen op de sloopstranden zullen arriveren.
De Amerikaans-Noorse scheepseigenaar Stolt Nielsen verplichtte zichzelf eerder dit jaar tot de preventie van toekomstige vervuiling en gezondheidsbedreigingen die gepaard gaan met shipbreaking. Het besluit van Stolt Nielsen betekent dat de sloop van een van haar vaartuigen, de 'Stolt Sincerity", alleen zal plaatsvinden als het schip behoorlijk ontdaan is van alle gevaarlijke stoffen als PCB's, asbest en olie.
Deze stappen zijn helaas niet meer dan uitzonderingen. De meeste scheepseigenaren zijn er namelijk heel duidelijk in dat ze nooit zulke stappen zullen nemen, zodar er geen verplichte wetgeving en richtlijnen voor alle scheepseigenaren gelden, is. Voor een beter milieu en veilige arbeidsomstandigheden moeten we niet afhankelijk zijn van de stappen van de individuele bedrijven. De IMO moet daarom dan ook verplichte richtlijnen voor alle scheepseigenaren opstellen.
|